9 oktober 2004 - Vrij Nederland- Anne Versloot
terug


Rintje maakt Muziek- Sieb Posthuma
Deksels hondje  

“Nee, zó is Rintje niet”

'Dit is Rintje,' zegt Sieb Posthuma (44), nadat hij eerst zichzelf heeft
voorgesteld in de deuropening. Nieuwsgierig kijkt de witte kortharige
foxterriër met bruine vlek op zijn snoet vanaf de tegelvloer omhoog. Hij
snuift een paar keer luidruchtig. Voorzichtig kwispelt hij, gaat dan zitten
en krabt zichzelf met zijn achterpoot eens flink achter zijn oor. Vervolgens
dribbelt hij, met vrolijk tikkende nagels, naar de keuken aan het eind van
de gang. 'Daar liggen de hondenkoekjes,' onthult zijn baasje - het woord
koekjes spreekt hij zo onduidelijk mogelijk uit.
Als hij de trap op loopt naar zijn atelier, schiet Rintje opeens tussen zijn
voeten door naar boven. Posthuma struikelt nèt niet. 'Ik ben wel wat gewend
met hem,' vertelt de schrijver-illustrator over zijn hond die hij de held
maakte in zijn prenten- en voorleesboeken. 'Hij drentelt de hele dag om me
heen.' Boven rent Rintje met wapperende oren door de grote studio, zijn neus
tegen de vloer gedrukt. De ruimte is licht en gevuld met houten tafels en
ladenkasten voor grootformaat papier. Potjes oostindische inkt en ecoline in
alle kleuren staan ongeordend door elkaar. Wanneer Rintjes spoor doodloopt,
vlijt hij zich berustend neer, de kop plat op zijn voorpoten.
Maar niet voor lang. Op de achteloze vraag: 'Waar is je bal?' springt Rintje
subiet op. Doordringend staart hij zijn baasje aan, de oren gespitst, zijn
kop schuin. 'Let op,' zegt de schrijver verrukt. 'Zo is hij op zijn best,
die verwachtingsvolle blik. Een mooie houding om te tekenen. Rintje ziet er
bijna grafisch uit, vind je ook niet? Een hond die je in een paar strepen op
papier kunt zetten,' constateert hij, als hij zijn huisdier met één oog
dicht opneemt. Hij trekt met merkbaar genot een paar strakke, denkbeeldige
lijnen in de lucht.
Ook in zijn boeken zit Rintje zelden stil. Hij gaat voor het eerst naar
zwemles ('Oei, wat is dat water diep'), krijgt een prik bij de schooldokter
en heeft bovendien geen zin om bij zijn saaie tante Amelie te blijven
logeren - dus piest hij haar antieke meubels onder en draait op haar tapijt
een lekkere verse drol.
Soms gedraagt Rintje zich een beetje dwars, maar vaker ontroert hij zijn
lezers. Of heb je reusachtig met hem te doen. Als hij vlooien heeft,
bijvoorbeeld, en zijn boezemvriendjes Tobias de teckel en het schoothondje
Henriëtte niet met hem willen spelen. En als hij tot grote hilariteit van
zijn klasgenootjes zijn plas niet kan ophouden. Veel van Rintjes
belevenissen doen sterk denken aan die van echte mensenkinderen.
'Het zíjn ook net kinderen,' zegt Posthuma droogjes, terwijl hij een raam
openschuift, 'maar wel met hondse eigenschappen: ze hebben vlooien in plaats
van luizen en ze doen hun behoefte op een grasveldje.'
Maar hij tekent nu eenmaal liever honden. 'Het wezenlijke van een kind vind
ik moeilijk te raken. In de meeste boeken zien ze er ook allemaal hetzelfde
uit: ze dragen een wijde broek, hebben een wipneus en warrig haar.
Karakterloze wezens die iedereen grappig vindt, vind ik niets aan. Ik zie
genoeg kinderen om me heen met gekamd haar en een bril.'
Inmiddels staat Rintje al minutenlang stokstijf stil in het midden van de
studio. Zijn blik onafgebroken gericht op zijn baasje. Als Posthuma het in
de gaten heeft, schiet hij in de lach. 'Kamerstaan noem ik dat altijd, niets
ernstigs hoor, het is des foxterriërs. Hij kan het heel lang volhouden. Twee
buurtfoxen die ik ken van het uitlaten doen het ook volgens hun eigenaren.'
Op het moment dat Rintje in de gaten heeft dat zijn baasje vertederd naar
hem kijkt, holt het hondje gelijk naar hem toe en likt vol overgave de hand
die hem voedt en streelt.

“ Rintje is mijn hond”

Voor Rintjes avonturen put hij uit alledaagse belevenissen én uit zijn eigen
jeugdherinneringen, zegt Posthuma, die ook elke week een aflevering over
Rintje voor de kinderpagina van NRC Handelsblad maakt. 'Tussen mijn zesde en
tiende vond ik het heerlijk om alles en iedereen te observeren: hoe mijn
ouders met elkaar omgingen, hoe vriendjes op straat elkaar treiterden. Ik
had mijn eígen wereld bedacht. Op klassefoto's uit die tijd sta ik ook
altijd aan de zijkant, kijkend naar de rest. Eigenlijk ontleed ik het gedrag
van mensen nog steeds met plezier. Wat ze elkaar soms aandoen, het blijft
hoogst intrigerend.'
Daarom kreeg Rintje in zijn tweede boek Rintje ruikt avontuur een paar
vriendjes: om de spanning erin te houden. 'Deel één, over Rintje die niets,
zelfs zijn bot niet meer kan ruiken omdat hij snipverkouden is, was een
spontaan idee: met vooral tekeningen en weinig tekst. Bij het vervolg was
het precies omgekeerd: veel tekst, minder tekeningen. Ik heb beter nagedacht
over Rintjes karakter. Hij was niet egoïstisch of kattig, en ik had juist
zin om daar over te schrijven. Toen bedacht ik de Yorkshire Henriëtte met
haar roze strikjes, die zich langzaam maar zeker ontwikkelt tot een fijne
bitch die altijd aandacht opeist. De teckel Tobias is een goeiige, volgzame
sul. En Rintje wordt steeds meer de Rintje zoals hij in het echt is:
beweeglijk en overal vrijmoedig op af - naar de tandarts of met vakantie
naar Italië. Die drie karakters gaan elkaar steeds mooier aanvullen.'
Posthuma pakt er een ingelijste tekening van Rintje op. Het is de prent
waarop het hondje onder handen wordt genomen door de hip bebrilde kapper
Eugene. Rintje heeft zijn ogen stijf dichtgeknepen vanwege de shampoo.
Zeepbellen dansen door de trimsalon. Naast hem zit een nuffige dameshond met
krulspelden onder de droogkap - haar handtas angstvallig dicht naast zich op
de vloer. Ze bladert door de hondenglossy Dogue. Aan de muur hangt een
poster waarop poedels de nieuwste kapsels demonstreren.
Posthuma is een man van details. 'De wereld zit er vol mee. Je moet alleen
goed kijken, dan vallen ze vanzelf op én verbaas je je erover.' Vanuit
dezelfde verwondering maakt Posthuma ook zijn politieke tekeningen voor NRC,
waarvan hij het aanvankelijk niet zo zag zitten om ze te maken. 'Ik ben niet
erg dol op het politieke spel.' Hij maakt ze daarom net als zijn Rintjes als
observator vanuit de zijlijn. Als hij vindt dat de Partij van de Arbeid een
waardeloze oppositie voert, tekent hij Wouter Bos als een vieze
broekpissende cowboy. Volwassenen kijken anders naar tekeningen, valt
Posthuma vaak op. Ze zappen er langs, maken zelf een beeld sneller af.
Kinderen daarentegen zijn preciezer. 'Bij mijn geurmachine in het eerste
boek over Rintje volgen ze met hun kleine vingertjes tergend langzaam de
route die die lange, kronkelende afzuigpijp aflegt,'' grinnikt Posthuma.
'Even controleren of het wel klópt.'
Posthuma schrijft zijn Rintjes dan wel voor kinderen vanaf een jaar of vier.
Ook grote mensen mogen Rintje graag lezen, weet hij. Verheugd: 'Ik heb al
zo'n tien brieven van zeventigplussers gekregen die vertellen dat ze na alle
ellende die er in de krant staat het ook zo ontzettend fijn vinden om Rintje
te lezen.' Hij vervolgt: 'Ik teken de wereld die ik leuk vind om naar te
kijken. ' Terwijl hij dat zegt, komt Rintje in actie Hij blíjft maar om zijn
baasjes stoel heencirkelen. Maar omdat hij niet wordt aangehaald, gaat hij
weer kamerstaan. Zijn baas: 'Voor mij is een trein geen tgv, maar een
ouderwetse locomotief met grote stoomwolken. De moeder van Rintje draagt een
gesteven schort en bakt taarten. Voor kinderen wil ik een veilige wereld
creëren die prettig is om voor even in te verdwijnen. Een wereld waarop je
je kunt verheugen. Dat vond ikzelf vroeger ook fijn.'

Krijgt hij nou nooit eens genoeg van Rintje, wil de verslaggeefster graag
weten. Het idee! Posthuma bestudeert zijn hond nog iedere dag, als hij
stiekem op bed springt, of wanneer hij 'balletje, balletje' roept. Inmiddels
kent hij de mimiek van zijn elfjarige hond zo goed dat hij met een klein
streep zijn uitdrukking volledig kan veranderen. Alleen een rennende Rintje
vindt hij nog steeds lastig. Om die beweging goed te kunnen treffen, heeft
hij vooral naar de bekende fotoseries van Muybridge gekeken.
Hoe weet hij of Rintjes avonturen voor anderen interesant zijn? Posthuma,
die
zelf geen kinderen heeft, probeert zijn verhalen nooit uit op kleuters, wel
op vrienden en bekenden. Als een boek uit is, leest hij weleens voor in
klassen. Bij visuele beschrijvingen onstaat er al snel aanzwellend
geroezemoes is zijn ervaring. 'Dialogen vinden ze spannender. Ook enge
prikken halen bij de dokter waarderen ze hogelijk.' Waarom? Omdat het een
combinatie is van de ergste kleutergruwel én leedvermaak. Als ze Rintjes
ellende zien, zitten ze zelf veilig in de leunstoel of liggen ze op hun
kinderbed.
Gaat hij niet te ver, met Rintje? Wie beteugelt het personage Rintje
eigenlijk? Is de échte Rintje de baas in huis en in het boek?
Posthuma, geruststellend: 'Grenzen aan wat er in een kinderboek mag, bestaan
niet.' Ruwe taal, seks, geweld. Het kan van hem allemaal zolang een
schrijver of illustrator maar 'oprecht' is. 'Als ik bedenk: nu ga ik de taal
van de straat spreken, dan wordt dat heel geforceerd ruw. Kinderen lachen je
dan genadeloos uit. Mijn grens is mijn eigen grens, ik voel me nooit beperkt
in mij onderwerpen.' Doet Rintje dan nooit iets dat volgens zijn milde
schepper niet door de beugel kan? Zo stout dat het niet in een prentenboek
past? Stopt hij nooit eens een pootje in het stopcontact, of achtervolgt hij
hinderlijk mooie dames-foxen in het park? En dierlijke driften, waar
kinderen beter niet naar kunnen kijken?
Posthuma schudt vermoeid zijn hoofd, nee, zó is Rintje niet. 'Hij weet wel
feilloos wanneer ik na een rondje Vondelpark weer naar huis wil. Dan zet hij
zich hevig schrap.'
In dat park is Rintje geen anonieme verschijning meer, onthult Posthuma.
Rintje begint warempel zo langzamerhand een Bekende Nederlander te worden.
sinds zijn portret op de achterkant van Rintje ruikt avontuur is afgedrukt
Hij wordt zo nu en dan ook op straat herkend. 'Maar daar gaat hij goed mee
om, hè, Rintje?' En het dubbeltalent Posthuma klopt zijn hond nog eens
stevig op de rug.
Vergoelijkend: 'Een held is hij niet, nee. Toen ik laatst met hem op
Terschelling was, zat er een konijn in de tuin van ons huisje, en Rintje
maar naar hem kwispelen op drie meter afstand.' Liefkozend: 'Mooie jachthond
ben jij.'
Dolblij is hij met Rintje, evalueert Posthuma. 'Voor hem is het geen kind.
Dat vind ik ongezond. Een hond is een hond. En niet meer dan dat. Maar
Rintje is natuurlijk heel bijzonder. Hij is mijn hond.'

 
 



De Rintje-boeken van Sieb Posthuma verschijnen bij uitgeverij Querido.
De Rintjeverhalen verschijnen ook op de Kinderpagina van NRC Handelsblad.