6-10-2001 - Trouw - Odile Jansen terug


Rintje - Sieb Posthuma
Rintje kan niet ruiken
Rintje kan niet ruiken: Een kleine foxterrier kan zijn speeltje niet vinden. Hoe hard hij ook snuffelt, hoe diep hij ook graaft, zijn botje blijft zoek. Waarom wordt al snel duidelijk in het vertederende prentenboek "Rintje" van Sieb Posthuma. Rintje is verkouden en kan niets meer ruiken, wat natuurlijk een ramp is voor een hond.

Het verhaal van de ontdekking en de bestrijding van de verkoudheid wordt verteld in een aaneenschakeling van simpele, maar grappige tafereeltjes, begeleid door summier commentaar. Eerst zien we de intens verdrietige Rintje op weg naar huis voorbij een veld met mooie bloemen komen. Met hun aroma strelen ze wel de neusvleugels van mevrouw Hazewindus, maar niet die van Rintje. Aan zijn neus hangt een flinke druppel, zodat we wel kunnen raden wat hem scheelt. Maar dat begrijpt Rintje op dat moment nog niet. Ook niet als hij bij de bakker is, waar opeens niet meer de overheerlijke, vertrouwde geur van vers brood hangt.
Ook thuis zijn alle fijne luchtjes verdwenen. Rintje snuffelt eerst wanhopig aan een paar schoenen, aan een emmer met zeepsop, een dampende verse drol en een hoop frisse zure appeltjes. Maar nee, zelfs moeders taart, een imponerende berg hondevoer bekroond met rookworsten en een gigantisch bot, kunnen zijn hondenneusje niet meer in vervoering brengen.
Zoals het moeders betaamt, heeft Rintjes mama onmiddellijk door dat er iets niet klopt als haar kind geen trek heeft. Ze gaan dus naar de dokter, die Rintje onder een enorme geurmachine legt. Als de lucht van een geurige kluif Rintje niet kan bereiken, weet de dokter wel wat er loos is. "Je bent gewoon een beetje verkouden", zegt hij. Dus worden er stoombaden en veel rust voorgeschreven. Rintje wordt in zijn mandje gestopt met een warme kruik en slaapt twee dagen en nachten. Daarna wordt hij wakker met de verrukkelijke geur van gebakken spek in zijn neus: hij is weer beter!
Nu hebben de bloemen opeens weer geur en niet alleen kleur, nu ruikt hij weer de verse broodjes van de bakker én zijn botje... Even kan je de intense tevredenheid van Rintje voelen als alles weer in orde is en hij met zijn bot naast zich op moeders schoot kan kruipen, want zij ruikt toch wel get lekkerst van allemaal! Mooier kan niet uitgebeeld worden hoe blij je bent om je oude 'ik' weer te zijn nadta een griepje je uit je doen heeft gebracht. Want er niets geweldigers dan gewoon te kunnen functioneren, zoals Posthuma in zijn aandoenlijke Rintje duidelijk maakt.