Zijn hondje Rintje gaf hem het echte succes.
Of is het andersom? In ieder geval verschijnen iedere week avonturen van Rintje,
getekend door zijn baasje Sieb Posthuma, op de kinderpagina van NRC Handelsblad.
Illustrator, tekenaar en schrijver Posthuma heeft een enorme drang om te tekenen.
Hij maakte illustraties voor HP/De Tijd, politieke tekeningen voor de NRC,
ontwierp de Kinderpostzegels van 2002 en illustreerde talloze omslagen van boeken.
Binnenkort verschijnt 'Onderzeeërtje', uit de gouden boekjesreeks, met illustraties van
Posthuma. Een van zijn favoriete kunstenaars is de Engelse schilder en tekenaar
David Hockney (1937). Net als hem wil Posthuma zijn tekeningen ooit driedimensionaal
maken.
|
| Wat hebben bekende Nederlanders thuis eigenlijk
aan de muur hangen? Of wat is in hún ogen het mooiste, interessantste
of meest bijzondere kunstwerk. En waarom? Houden zij van modern of kiezen
ze voor traditioneel? Deze keer het favoriete kunstwerk van: Sieb
Posthuma
Posthuma begon zijn carričre in 1989 als illustrator bij de column van
Guus Vleugel en Theo van Gogh voor HP/De Tijd. "Dat toegepaste werk vond
ik heerlijk. Het tekenen op een betrekkelijk klein oppervlak. Je krijgt
een opdracht en binnen dat kader moet je jouw wereld vertalen." In 2001
verscheen zijn zelfgeschreven prentenboek Rintje, dat werd bekroond met
de Vlag en Wimpel. Sinds twee jaar begeleidt Posthuma zijn illustraties
met een zelf geschreven verhaal op de kinderpagina van NRC Handelsblad.
Of beter gezegd: zijn verhalen worden begeleid door tekeningen."Beeld
bij tekst verzinnen kan ik heel goed." Het gaat over zijn hond Rintje
die net als Posthuma verwonderd, soms verbaasd, geërgerd, ook wel eens
geshockt de wereld inkijkt. Zijn tekeningen zijn licht ironisch. "Zelfspot
vind ik belangrijk. Het moet allemaal niet te serieus worden. Dan wordt
het vervelend."
Een kunstwerk raakt Posthuma pas echt wanneer het zo geniaal is dat hij
niet kan begrijpen hoe het is gemaakt. Nog nooit heeft hij een traan gelaten
bij een schilderij of tekening. Naar beeldende kunst kijkt hij nu eenmaal
op een vakmatige manier. "Ik kijk vooral naar hķe het is gemaakt. Helaas
gaat de magie dan snel verloren. Een van zijn favoriete kunstenaars is
David Hockney. "Zijn tekeningen hebben een groot 'feel good'- gehalte.
Ik hou ervan me te omgeven met de lichtheid van het bestaan en kijk graag
naar kunstwerken die mij energie geven." In de kleurrijke schilderijen
van de Franse kunstenaar Henri Matisse (1869-1954) herkent hij eenzelfde
opbeurende lichtheid. Jarenlang was hij een groot bewonderaar van de Italiaanse
schilder Francesco Clemente (1952). Vooral zijn mystieke tekeningen die
hij in India maakte. Maar thuis zou hij dit werk niet aan de muur willen
hebben. "Het is te heftig, te indringend. Veel te veel aanwezig." Kunst
moet volgens Posthuma de kracht hebben om de ondraaglijkheid van het bestaan
te verlichten.
Het enige kunstwerk dat bij hem thuis hangt is een erfstuk van zijn moeder,
Luda Sax. Een klassiek schilderij in Empire stijl waarop een vrouw is
afgebeeld. Posthuma: "Ik vind het prettig om de muren zo leeg mogelijk
te houden. Vaak bevat de architectuur van een huis al zoveel informatie."
Hij heeft ook nog een litho van Odilon Redon (1840-1916), een erfstuk
van zijn grootvader Nicolaas Sax, die kunstverzamelaar was. Het is een
zwart witte voorstelling van een vreemdsoortig fantasiewezen met een angstaanjagende
kop. "Het hing vroeger bij ons in de gang. Ik rende er met mijn zusje
altijd snel voorbij. We vonden het doodeng."
Laatst zag hij een video van Bill Viola waarop een man van de duikplank
springt, met zijn tenen het water raakt, maar net niet in het water belandt.
Keer op keer wordt dit beeld herhaald. "Ik was onder de indruk van de
impact die een video kan hebben. Ik zag dit net niet raken van het water
als metafoor voor het verlangen naar iets dat je niet bereikt. Zo is het
leven. Wij mensen ploeteren voort, gaan altijd maar weer door. Dat zag
ik verbeeld in die video en dat ontroerde mij." Het is niet zo dat hij
schilderijen van ondergeschikt belang acht. "Maar je merkt duidelijk dat
ik van de televisiegeneratie ben. Zo'n videobeeld komt indringender, directer
bij mij naar binnen dan een schilderij." "Het is voor schilders denk ik
ook heel moeilijk om met hun schilderijen iets indringends over te brengen."
Onlangs verkreeg Posthuma de opdracht om de theaterzalen van het Diaghilev
Festival te ontwerpen. Daarmee ging een wens van hem in vervulling. "Al
heel lang wil ik mijn tekeningen tot leven brengen door ze driedimensionaal
te presenteren. De vormgeving van de theaterzaal zie ik als ultieme uitdaging
om mijn tekeningen van het platte vlak over te brengen naar een driedimensionale
ruimte." De Rus Sergei Diaghilev (1872-1929) werkte voor de uitvoering
van zijn theaterproducties nauw samen met schrijvers, schilders en ontwerpers.
Zo ontwierp onder andere Picasso de decors en kostuums en schreef Cocteau
de teksten. "Diaghilev bracht verschillende disciplines bij elkaar waardoor
vernieuwend theater ontstond."
Sieb Posthuma is er van overtuigd dat verschillende kunstdisciplines meer
met elkaar zouden moeten samenwerken, zodat grenzen vervagen. "Mensen
specialiseren zich enorm. Je bent of schrijver, of dichter, zanger, toneelspeler
of illustrator. Waarom zou je? Als schrijver kun je geīnspireerd raken
door muziek en als muzikant door een schilderij, het versterkt elkaar,
waardoor het spannende dingen kan opleveren. Het zou beter zijn als er
een wisselwerking zou ontstaan, als de krachten gebundeld worden." Een
goed voorbeeld vindt hij de Engelse schilder David Hockney die vanuit
zijn schilderijen en tekeningen theaterontwerpen maakte. Hij ontwierp
meerdere decors voor onder meer het ballet 'Le sacre du printemps' en
de opera 'L'enfant du sortilege' van Stravinsky. De maquettes die Hockney
ontwierp voor de opera Turandot van Puccini zijn volgens Posthuma een
hoogtepunt. "Ze laten zien dat in deze productie alles samenkomt: kunstenaars
als decorontwerpers, zangers, muzikanten en acteurs. Het is totaaltheater.
Het sublieme Gesammtkunstwerk." Het Diaghilev Festival heeft plaats in
Groningen, van 26 januari 2005 tot 30 januari

|